Samen meer bereiken voor de wijk
Al jaren zet Jan van Gaalen zich met hart en ziel in voor de Rivierenbuurt/spuikwartier. Als voorzitter van de bewonersorganisatie kent hij elke straat en ieder verhaal. Met passie verbindt hij buurtbewoners en stimuleert hij initiatieven.
Samen meer bereiken voor de wijk
Al jaren zet Jan van Gaalen zich met hart en ziel in voor de Rivierenbuurt/spuikwartier. Als voorzitter van de bewonersorganisatie kent hij elke straat en ieder verhaal. Met passie verbindt hij buurtbewoners en stimuleert hij initiatieven.
Het verhaal van Jan van Gaalen
Voor PEP sprak ik met een bewoner die al jarenlang actief is in zijn wijk. In zijn verhaal komen verleden en heden samen, maar ook de vraag wat de toekomst brengt. Hij voelt zich sterk verbonden met de buurt en de mensen om hem heen. Tegelijkertijd staat hij op een punt waarop hij moet nadenken over loslaten, omdat de tijd hem vraagt om het werk dat hij met zoveel inzet deed, langzaam af te bouwen. Deze man heet Jan van Gaalen; een bekende naam in de Rivierenbuurt. Jan heeft witgrijs haar en sprankelende jongensachtige ogen vol leven. Hij is de voorzitter van de Bewonersorganisatie Rivierenbuurt/Spuikwartier (BRS) en kan je tot op de stoeptegel vertellen wat er allemaal gebeurd is op die plek de afgelopen honderd jaar, lang voordat er stoeptegels bestonden. In zijn vrije tijd geeft Jan rondleidingen waarin hij vertelt over de geschiedenis van de buurt ̶ een mogelijkheid die Bo Tan Weenink; adviseur van PEP voor de rivierenbuurt en het centrum.
Van het wijkcentrum van BRS aan het Spui 248 lopen we naar de Trapjesbrug op de Boomsluiterskade, waarvan de contouren het logo van BRS vormen. De brug is gegoten in 1861 door de Haagse ijzergieterij Enthoven van het allerhardste staal, een monument in de buurt ̶ net als Jan. Onderweg verteld hij met een aanstekelijk enthousiasme over de oude wijk, over historische sluipwegen om het tolhuis op de Spui te ontlopen, over het Bleekveld waar vroeger lakens van de rijke dames van ‘het zand’ werden gedroogd, over het oude badhuis waar mensen zich begin vorige eeuw konden wassen voor een dubbeltje en de omgebouwde vakmanschool waar hij nu woont.
‘Je interesse in de geschiedenis van deze wijk, en de mensen die hier vroeger leefden is aanstekelijk, maar nu zet je je in voor de levende mensen, in deze tijd. Hoe is dat zo gekomen?’
‘Ik heb een raar gen, overal waar ik woon ga ik me met de omgeving bemoeien.’
‘Waarom? Wat is dat? De meeste mensen lopen gewoon door hun straat of buurt, en denken ‘Oh… mooi,’ of misschien wel Jeetje.. Wat een rotzooi hier!’ en lopen daarna door. Maar jij denkt: ‘ik denk dat dit beter kan en ik ga proberen het te veranderen,’ waar komt dat vandaan?
‘Bemoeizucht,’ Jan grinnikt. ‘Dit werk is een geweldige manier om de plek waar je woont eigen te maken. En een kans om veel verschillende mensen te ontmoeten, dat vind ik heel leuk. Dat is het belangrijkste.’

We lopen verder richting de brug, onderweg vertelt Jan in geuren en kleuren, iedere straat heeft zijn eigen verhaal, elk gebouw een naam, zelfs het hondenpoepveldje heeft geschiedenis! Aan het hek zijn dertig plastic opruimzakjes geknoopt, als felblauwe vogeltjes op een elektriciteitslijn. ‘Een initiatief van Addie, ze in de tachtig, haar hond ook. Addie haat het als mensen de poep van hun hond niet opruimen.’ We lopen verder terwijl Jan verteld over het hondenevent dat ze gaan organiseren volgend jaar. Het is alsof hij overloopt van anekdotes, ze klotsen over de tegels van de rivierenbuurt. Jan heeft meer verhalen dan het hondenveldje drollen had voordat Addie ingreep.
Aangekomen bij de eeuwenoude brug, waar de glimmende glazen hoogbouw van het Spuikwartier bovenuit torent, stel ik hem een prangende vraag.
‘Je passie voor de wijk en de mensen die er wonen is overduidelijk, toch heb ik vernomen dat je wilt stoppen als voorzitter van BRS. Waarom? Als deze plek en in de inwoners zo dicht bij je hart liggen?’
‘Heel simpel. Ik ben zesenzeventig jaar en ik vind dat wat ik doe door jongere mensen gedaan moet worden. Het is mijn hoop dat ik iemand kan vinden die de bewonersorganisatie verder kan helpen.’
‘Kun je uitleggen wat een bewonersorganisatie eigenlijk doet? Want ik had er nog nooit van gehoord.’
‘De gemeente Den Haag geeft ons drie rollen, we mogen de wijk vertegenwoordigen, ons inzetten voor verbinding tussen de bewoners en het stimuleren van initiatieven van diezelfde bewoners zodat ze grip krijgen op hun leefomgeving. Wij focussen ons op die laatste twee punten, bijvoorbeeld met ons wijklokaal en onze tuin waar mensen elkaar ontmoeten. Verbinding blijft het belangrijkste, vind ik. Iedereen op de wereld wil een paar dingen: veiligheid, geborgenheid en je gerespecteerd voelen. En tegenwoordig staan mensen steeds vaker tegen over elkaar, zien we elkaar als vijand. Dat moet je niet hebben. Je kunt het oneens zijn, zo lang je respect hebt voor de mening van een ander. En daar dragen wij als bewonersorganisatie aan bij door verschillende mensen bij elkaar te brengen zodat je leert iemand te begrijpen met andere achtergrond dan jijzelf.’
Staand voor de gietijzeren historische brug maak ik een verbale brug naar PEP en Bo, die tegenover het wijklokaal van BRS woont en daar met vrijwilligerswerk gaat beginnen in 2026. Bo gaat spelletjes spelen met buurtbewoners. Een geweldig voornemen! Als je van klaverjassen houdt, ga een keer langs!

Ik vraag Jan hoe hij de samenwerking met Bo en PEP ervaren heeft.
‘Bo is onze contactpersoon bij PEP, zij helpt onze organisatie waar nodig. Maar ik heb ook persoonlijk hulp gekregen via PEP; een coaching traject. Dankzij die begeleiding ben ik tot het inzicht gekomen dat mijn tijd bij BRS eindig is, dat ik me niet met dezelfde intensiteit moet blijven inzetten maar over een jaar of twee moet stoppen.’
‘Een soort mental-coach dus?’
‘Zeker, tijdens onze gesprekken werden mijn prioriteiten duidelijk.’
‘Waren er ook praktischer zaken waar PEP je mee geholpen heeft?’
‘Ja, ik heb ‘de Leergang’ gedaan bij PEP waarin de focus ligt op het leiding geven aan vrijwilligersorganisaties. Dit wordt verzorgd door Derk Hazekamp en Lars Hooning en die mannen doen dat fantastisch! En dat zeg ik niet om aardig te doen, ik ging er namelijk heen met het idee “ik weet het allemaal al, wat zoek ik daar?” Maar ze zijn inhoudelijk erg goed, en ik heb daar nuttige dingen geleerd. Wat bijvoorbeeld ingewikkeld is; BRS is een stichting, er is geld mee gemoeid en als je daar niet bewust en voorbereid mee omgaat kom je in rare situaties terecht, financieel en juridisch. Hoe meer kennis hierover, hoe beter.’
Ik vraag Bo, die vanuit haar rol als adviseur voor de wijk vele stichtingen meerdere bewonersorganisaties begeleid, wat PEP doet om deze organisaties te ondersteunen.
‘Het eerste dat wij doen is kijken of de basis op orde is, is er een volledig bestuur? We luisteren ook naar wat er speelt binnen de organisatie; hebben er vrijwilligers training nodig, en met welke andere zaken zou PEP kunnen helpen. Vaak zijn dit bedrijfsvoeringzaken, maar het is niet zo dat het eenrichtingsverkeer is, wij hebben ook veel aan feedback van deze organisaties over het verdelen van subsidies bijvoorbeeld, die wij weer kunnen doorspelen naar de gemeente.’
‘Welke handige feedback heb je gekregen van Jan? Heeft hij jou ook geholpen?’
Jan moet lachen om mijn vraag, wellicht uit bescheidenheid want Bo verteld dat Jan wel degelijk een goede tip had; een agenda van PEP met een overzicht van de trainingen waarop organisaties als BRS zich kunnen inschrijven.
‘Voor mij klinkt het echt als een samenwerking,’ zeg ik.
‘Zeker!’ zegt Bo. ‘Wij willen graag helpen maar we horen even graag hoe we dat nog beter kunnen doen. Het is echt een partnerschap.’
‘Van samenwerking leer je,’ zegt Jan. ’Je hoeft het wiel niet telkens opnieuw uit te vinden. Je netwerken zijn heel belangrijk, voor een stichting als de onze is het noodzakelijk dat PEP er is.’
De opvolger van Jan kan gelukkig ook gebruik kunnen maken van PEP. . Ik vraag Jan welke eigenschappen belangrijk zijn om zijn werk te doen, wat moet zijn opvolger kunnen, waar moet hij of zij tegen kunnen?’
‘Je moet een oliemannetje (of vrouwtje, of een non-binair olievat) zijn; mensen bij elkaar brengen. En flexibel zijn, met veel geduld, het is zeer waarschijnlijk dat al je mooie plannen pas maanden later uitkomen.’
Ik zeg tegen Jan dat dat dan wel lastig kan gaat worden.
‘Om mij heen, in de wereld van vrijwilligerswerk zie ik allemaal pensionado’s zoals ik die zich met hart en ziel inzetten voor de goede zaak, hulde voor die oude knakkers! Daar hoor je mij geen kwaad woord over zeggen. Maar je moet altijd zorgen voor opvolging en stil blijven staan is fout. Als je in herhaling valt, als je denkt: “dit heb ik al eens gedaan” dan moet je stoppen.’
Als je dit artikel leest en bewoner bent van de rivierenbuurt en nu denkt ‘Aha! Ik ben een olievrouw of man pur sang! En mijn hart loopt over van liefde voor deze wijk en haar bewoners!’ Ga dan eens langs bij het Wijklokaal op Spui 248 en praat met Jan. En als je helemaal niet uit deze buurt komt maar wel in een bewonersorganisatie zit en behoefte hebt aan hulp? Neem dan contact op met PEP, er staat een heel team met bevlogen mensen zoals Bo voor je klaar.

Geschreven door Niek van Zon