Goed bestuur

Persoonlijke aansprakelijkheid en rechtsvorm

Een van de grote voordelen van het oprichten van een rechtspersoon is dat deze tussen jou als privépersoon en de buitenwereld waarin je zaken wilt doen, komt te staan. Of het nu een vereniging of stichting is maakt daarbij niet uit. Dat zorgt ervoor dat als je in je functioneren als bestuurder in een situatie terecht komt dat iemand schade lijdt en het is jou niet verwijtbaar dan kan diegene die schade heeft geleden de rechtspersoon aansprakelijk stellen en niet jou als privépersoon.

Voorbeeld: niet aansprakelijk door rechtsvorm
Bijvoorbeeld je bent bestuurder van een voetbalvereniging en nu blijkt dat iemand in de sportkantine een voedselvergiftiging heeft opgelopen doordat ’s nachts de koeling is uitgevallen – komt nooit voor behalve die ene dag met als gevolg bedorven voedsel. Zoiets kan gebeuren. De ziektekosten die hieruit voortvloeien kunnen als schade worden gezien en de persoon in kwestie stelt dan de voetbalvereniging aansprakelijk. De brief komt bij het bestuur binnen. Je betaalt als bestuur direct de schade omdat je de aansprakelijkheid van de rechtspersoon erkent of als je het bij de rechter voor laat komen is er ook een grote kans dat die de aansprakelijkheidstelling honoreert. De vereniging betaalt en jij als privépersoon hoeft niet de portemonnee te trekken. Waarschijnlijk ben je er ook nog voor verzekerd en dat helpt ook.

Voorbeeld: toch persoonlijk aansprakelijk, ondanks de rechtsvorm
Gaan we nog even terug naar het vorige voorbeeld maar dan een iets andere invalshoek; stel dat jij als verantwoordelijke bestuurder nu een paar hele goedkope maar daardoor ook slecht werkende koelkasten hebt ingekocht en waarvan je wist dat die niet goed werkten. Maar tsja, het was een buitenkansje en je nam het risico van slechte koeling en mogelijk bedorven voedsel als risico. Je hield je mond er over en klachten van de leden poeierde je af. Vervolgens kwamen er meerdere gevallen van voedselvergiftiging. De leden van de vereniging waren het op een gegeven moment zat. Ze werden boos en het bestuur begon vragen te stellen. Na onderzoek bleek dat de oorzaak van de ziektes bij de leden kwam door het eten van bedorven voedsel wat weer was veroorzaakt door een slecht werkende koeling. Het bestuur stelt jou als verantwoordelijke bestuurder intern aansprakelijk voor de kosten die het vervangen van de koeling met zich meebrengt. Het was een slechte deal die nooit gesloten had mogen worden waardoor de vereniging nu schade leidt. De zaak wordt door het bestuur bij de rechter aangebracht en deze honoreert de aansprakelijkheidsstelling door het bestuur. Het directe gevolg van de interne aansprakelijkheidsstelling is dat jij als privépersoon de volledige schade hebt te betalen en niet de rechtspersoon. Leg dat maar eens thuis uit. En de ALV ontslaat jou als bestuurder.

Waarom toch de persoonlijke aansprakelijkheid, ondanks de rechtsvorm

De algemene lijn is dat bestuurders van een rechtspersoon zijn gehouden hun taak naar behoren te vervullen (art. 9 boek 2 BW). Dit belangrijke artikel 9 BW luidt als volgt:

Lid 1 Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld.

Lid 2 Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.

Wanneer sprake is van onbehoorlijke taakvervulling kunnen bestuurders persoonlijk – dus privé – aansprakelijk worden gesteld. Dit kan dan op twee manieren:

  1. Interne aansprakelijkheid

Aansprakelijkheid ten opzichte van de rechtspersoon (de stichting of vereniging) als de bestuurder de hem opgedragen taak niet behoorlijk vervult. Dit is de zogenaamde interne aansprakelijkheid. Er moet de bestuurder dan een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt en dan is hij aansprakelijk voor de schade. Of er sprake is van een ernstig verwijt hangt af van de omstandigheden van het geval. Maar kort samengevat komt het erop neer “iets doen wat een weldenkend mens in een soortgelijk geval niet zou doen”. Dit laat onverlet het beginsel van de collectiviteit van het bestuur, waarbij geldt dat het bestuur als collectief verantwoordelijk is voor het gevoerde beleid. Wat tot gevolg heeft dat iedere bestuurder in beginsel voor het geheel aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door het onbehoorlijk bestuur. Kort samengevat gaat het bij interne aansprakelijkheid over stommiteit / nalatigheid, slordigheid, incompetentie; enz.

Mocht in het geval van interne aansprakelijkheid de situatie zich nu voordoen dat niet één bestuurslid is aan te wijzen die de schade heeft veroorzaakt dan kan de rechtspersoon elk van de betrokken bestuurders voor de gehele schade aanspreken. Een goed verstaander begrijpt dat dit voor een bestuur lastig is om zo de collega’s aan te pakken. Daar kan de ALV dan een rol in spelen door expliciet de opdracht te geven, mocht het bestuur aarzelen. Een steuntje in de rug als het ware. Is het bestuur is in zijn geheel intern aansprakelijk te stellen dan kan de ALV dit zelf oppakken. Bij een stichting zonder een Raad van Toezicht is dat lastiger omdat de bal dan echt bij het bestuur ligt en of men dan doorpakt is nog maar de vraag. Zeker in het geval het bestuur van een stichting uit maar 1 bestuurder bestaat.

  1. Externe aansprakelijkheid

In bepaalde omstandigheden kunnen bestuurders van een rechtspersoon voor hun handelen naast, of in plaats van de rechtspersoon, aansprakelijk worden gesteld door derden die niet tot de stichting of vereniging behoren. Vaak komt hier opzet om de hoek kijken. Bijvoorbeeld het aangaan van verplichtingen, terwijl je weet dat je die niet kunt nakomen. Het gaat hier om de zogenaamde externe aansprakelijkheid. Bijvoorbeeld het aanvragen van een subsidie terwijl je weet dat je de resultaten niet gaat halen.

Bij externe aansprakelijkheid is het zo dat het bestuur als een geheel naar buiten treedt. Het is een collectief. Stel dat je als bestuur een lening afsluit. Mocht er vervolgens sprake zijn van het niet na kunnen/ willen komen van de overeenkomst dan kan de schuldeiser actie ondernemen. Hij kan op het gehele bestuur trachten zijn schuld te verhalen of op een deel van het bestuur of op één bestuurslid. In het geval dat een bestuurslid wordt aangesproken en deze betaalt het volledige verschuldigde bedrag terug dan heeft hij/zij bij zijn medebestuursleden het recht om een deel terug te vorderen. Dit heet met een mooi woord ‘regres’.

Altijd via de rechter

In beide gevallen is het zo dat de aansprakelijkheid geldt voor de bestuurders van de rechtspersoon. Belangrijk punt is dat het altijd de rechter is die dient vast te stellen of er sprake is van schade, verwijtbaarheid e.d. om te komen tot een oordeel over eventuele aansprakelijkheid. Het is dus niet iets wat je zomaar tegen de andere partij stelt en dat die dan maar heeft te betalen. Er komt altijd een rechter aan te pas. Dit laat onverlet dat advocaten graag brieven schrijven en dreigen met aansprakelijkheid om zo te komen tot een schikking maar dat is niets meer dan een truc om te komen tot een overeenkomst buiten de rechter. Het woord is aan de rechter en die toetst objectief en aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

Mocht het zover komen dat je voor de rechter komt te staat dan kun je als bestuurder natuurlijk verweer voeren, maar dan moet je wel met bewijzen komen. Mogelijke verweren zijn:

  • Dat de tekortkoming in het besturen niet aan jou verwijtbaar is;
  • De je niet nalatig bent geweest in het treffen van maatregelen om de schadelijke gevolgen van de tekortkoming af te wenden; en/of
  • Dat jou geen ernstig verwijt gemaakt kan worden.

De rechter toetst objectief en aan de hand van alle omstandigheden van het geval:

  • De aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten
  • De in het algemeen daaruit voortvloeiende activiteiten
  • De taakverdeling binnen het bestuur
  • De eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen
  • De gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen
  • De inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult.

Dus mocht de rechter in het geval van interne of externe aansprakelijkheid oordelen dat die aansprakelijkheidstelling terecht is, dan hang je en dan als privé persoon. De rechtspersoon staat niet meer tussen jou als schuldenaar en de schuldeiser. Bij interne aansprakelijkheid is dat logisch aangezien het de rechtspersoon zelf is die je aansprakelijk stelt. Bij externe aansprakelijkheid word jij als bestuurder aangepakt en zal ook de kas van de vereniging of stichting niet open hoeven te gaan maar slechts jouw portemonnee. Jij bent als bestuurder immers persoonlijk aansprakelijk gesteld.

Een ander woord voor persoonlijke aansprakelijkheid is hoofdelijke aansprakelijkheid. Die aansprakelijkheid ontstaat uit de wet, bijvoorbeeld doordat art. 9 BW is geschonden, of via een overeenkomst waarbij bijvoorbeeld de ene partij van de andere partij een extra garantie wil dat de overeenkomst wordt nagekomen c.q. dat de schuldeiser altijd zijn geld terugziet mocht de deal niet doorgaan.

Andere situaties uit de wet waaruit hoofdelijke aansprakelijkheid voortvloeit, betreffen:

  • De stichting/vereniging is niet ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Het betreft hier een wettelijke verplichting. De bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle rechtshandelingen waarmee zij de stichting of vereniging binden. Die bestuursaansprakelijkheid bestaat naast de aansprakelijkheid van de stichting / vereniging. Die aansprakelijkheid van de individuele bestuurder eindigt op het moment dat opgave van de inschrijving bij de KvK is gedaan. Bij een informele vereniging zijn de bestuurders sowieso hoofdelijk aansprakelijk naast de vereniging (externe bestuurdersaansprakelijkheid).

Tip: zorg altijd dat de bestuursleden zijn aangemeld bij de Kamer van Koophandel. Anders geldt de bestuursaansprakelijkheidsverzekering niet!

  • Als bestuurder ga je een overeenkomst aan terwijl je niet bevoegd bent. Bijvoorbeeld bij een stichting is het bestuur niet bevoegd om zgn. registergoederen (huis, boot, vliegtuig e.d.) aan te schaffen, tenzij de statuten die bevoegdheid expliciet kennen. Is dat laatste niet het geval en handel je dus in strijd met de wet dan draai je als bestuurder persoonlijk (hoofdelijk) op voor de kosten (interne en externe bestuurdersaansprakelijkheid).

Tip: ga niet zomaar een overeenkomst aan. Check altijd of je hiertoe bevoegd bent.

  • De bestuurder handelt onrechtmatig tegenover een derde. Denk bijvoorbeeld aan de overheid die op basis van opzettelijk verstrekte foute informatie subsidie verstrekt, ziet dat de resultaten niet worden gehaald en vervolgens het volledige subsidiebedrag terug wil hebben (externe bestuurdersaansprakelijkheid).

Tip: vraag je subsidie aan, doe dat op basis van goede informatie. En zorg dat je de verplichtingen vanuit de subsidie na kunt komen.

Hoe voorkom je nu aansprakelijkheid: interne of externe?

Decharge – verlenen van kwijting

Je kunt voorkomen dat je intern aansprakelijk wordt gesteld jegens de vereniging of stichting als je gedechargeerd wordt door het orgaan dat daartoe bevoegd is. Dat is bij een vereniging de Algemene Ledenvergadering en bij de stichting is dat de Raad van Toezicht (RvT). Is er geen RvT bij de stichting dan wordt het anders, doordat het bestuur zichzelf geen decharge kan verlenen – zou anders een vorm van “slager keurt eigen vlees” zijn – maar wat wel kan gebeuren is dat de penningmeester decharge wordt verleend. Overigens is het verlenen van decharge beperkt tot die informatie die bij de dechargeverlening bekend is. Mochten er na de dechargeverlening nieuwe feiten naar boven komen of informatie is verkeerd voorgesteld dan kan er alsnog een (interne) aansprakelijkheidsstelling plaatsvinden.

Disculpatie – een beroep doen op het ontbreken van schuld

Een andere mogelijkheid om aan interne aansprakelijkheid te ontkomen is disculpatie. De bestuurder kan mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken hem geen ernstig verwijt worden gemaakt. Of hij kan stellen dat de tekortkoming niet aan hem te wijten is en de bestuurder is niet nalatig geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur te voorkomen. Zie de tekst van art. 9 lid 2 BW want daar staat het letterlijk. Uit het voorgaande vloeit dan ook voort dat het van belang is om een goede taakverdeling en functiebeschrijving te hebben zodat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. Stilzitten terwijl je ziet dat iets gebeurt wat niet is géén optie. Er alleen maar wat vinden tijdens de vergadering is dan niet voldoende. Je wordt geacht je uiterste best te doen met alles wat in je macht ligt om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden. Lukt dat niet, dan is het onomkeerbaar dat je als bestuurder ontslag neemt. Doe dat direct en wel schriftelijk, eis dat het in de notulen wordt opgenomen en schrijf je onmiddellijk uit het Handelsregister. Overigens blijf je natuurlijk altijd het risico hebben dat je aansprakelijk wordt gesteld voor de periode dat je in het bestuur zat. Maar dat is dan aan de rechter.

Het voorkomen van externe aansprakelijkheid heeft vooral te maken met goed bestuur en dat impliceert o.a. dat de juiste personen de rechtspersoon vertegenwoordigen– check daarvoor je statuten – en dat wat je afspreekt ook volledig nakomt. Er mag geen opzet erachter zitten om de boel te flessen. Leg de afspraken schriftelijk goed vast.

Extra druk van aansprakelijkheid door de WBTR

Met de invoering van de Wet Bestuur Toezicht en Rechtspersonen (WBTR) op 1 juli 2021 is de druk van mogelijke aansprakelijkheid op bestuurders èn toezichthouders van verenigingen en stichtingen toegenomen. Het gaat om de volgende nieuwe bepalingen:

  • De interne aansprakelijkheid geldt nu ook voor de toezichthouders van de rechtspersoon (zowel bij de vereniging als de stichting)
  • Aansprakelijkheid bij faillissement van commerciële verenigingen en stichtingen (de rechtspersoon drijft een onderneming). Met de WBTR komt er ook een wettelijke grondslag voor externe aansprakelijkheid op grond van onbehoorlijk bestuur en dan met betrekking tot faillissementen. Zoals het niet deponeren van de jaarrekening, niet voldoen aan de administratieplicht wat leidt tot bewijsvermoedens. Het gaat hier om hoofdelijke aansprakelijkheid wat in de praktijk kan betekenen dat de curator één persoon uit het hele bestuur pakt en die draagt de financiële last. Hij/zij mag daarna gaan invorderen (regres) bij de collega-bestuurders.
  • Een wettelijke grondslag voor aansprakelijkheid met betrekking tot een misleidende jaarrekening (balans en staat van baten en lasten). Bestuurders / toezichthouders kunnen door derden aansprakelijk gesteld worden indien de bij wet verplichte jaarrekening c.q. financiële verantwoording een misleidend beeld geeft van de financiële toestand binnen de rechtspersoon. Ook voor wat betreft de tussentijdse cijfers. Het gaat hier eveneens om hoofdelijke aansprakelijkheid. Overigens gaat het hier om rechtspersonen die in de situatie verkeren dat zij boven een bepaalde omvang aan omzet komen of dat in de sector waarin zij opereren er een verplichting is om de jaarrekening openbaar te maken (bij de KvK te deponeren).

Kortom, je moet als bestuur goed blijven opletten, je gezond verstand gebruiken, niet aarzelen om kennis en kunde in te huren of te raadplegen als het te complex is en het tijd en aandacht blijven geven. Durf je medebestuurders ook aan te spreken. Lukt dat alles niet en heb je er geen plezierig gevoel bij met hoe het gaat en je ziet de risico’s aarzel dan niet en stap op.

Verantwoordelijkheid versus aansprakelijkheid

Op de vraag of je altijd aansprakelijk bent als je ook verantwoordelijk voor iets bent, luidt het antwoord ontkennend. Het is géén optelsom van het één leidt tot het ander. Ergens verantwoordelijk voor zijn, voor bepaalde taken zoals bij een bestuur van een vereniging, vloeit voort uit de wet, statuten en overeenkomst, gedragscode e.d. Het formele kader. Kortom, het besturen van de organisatie. Aansprakelijkheid is iets dat richting de bestuurders in kwestie aangegeven en bewezen moet kunnen worden. Of het nu interne of externe aansprakelijkheid is maakt niet uit. Het zal zoals eerder gezegd de rechter zijn die erover oordeelt.

Let daarbij ook op de inhuur van medewerkers die taken van het bestuur uitvoeren en daar – intern – richting het bestuur ook verantwoording over afleggen. Naar de ALV bij een vereniging en/ of de buitenwacht toe is het bestuur altijd verantwoordelijk. Men kan zich niet verschuilen achter de eigen medewerkers. En voor oud-bestuursleden geldt dat ze verantwoordelijkheid dragen voor hun bestuurshandelingen gedurende hun eigen bestuursperiode. Ook al zijn ze al jaren uit het bestuur.

De bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en Haagse Polis

In het leven kun je je zo een beetje tegen alles verzekeren en heb je voor je het weet een polis. Ook als bestuurder kun je je tegen de risico’s van het bestuurdersvak verzekeren. Een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid (WA-verzekering) zoals iedere Nederlander die heeft is wel het minste.

Daarnaast is er de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en die zorgt en/of vergoed de kosten van juridische bijstand, mocht je in een juridische procedure terechtkomen. Dat kan al ruim voordat er sprake is van de gang naar de rechter.

Sluit zo een verzekering niet al te snel af en zie het ook niet als een automatisme. Het hangt van een aantal factoren af of je het wel of niet wilt doen. Denk bijvoorbeeld aan de kennis en kunde in het bestuur – een jurist in je bestuur geeft al snel een juridische check op de wettelijke haalbaarheid van de genomen besluiten en uitvoering – of kijk naar de diensten en producten die je aan je leden aanbiedt, in welke sector je opereert enz. Samenvattend gaat het om de moeilijkheidsgraad van het bestuurswerk en de hoogte van het risico dat er iets fout kan gaan waardoor je aansprakelijk gesteld kan worden. Realiseer dat een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering ook geld kost en of je daar het budget ook voor hebt. Dat vraagt om een afweging: geld investeren versus de kans dat de verzekering wordt aangesproken.

Overigens zal een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering nooit opzet of nalatigheid dekken. Gooi je als bestuurder er met de pet na of je spreekt je iets af waarvan je weet dat je niet kunt nakomen, realiseer je dan dat in principe een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dat soort schades niet dekt.

Bestuursaansprakelijkheid is opgenomen in de Haagse Polis

Wat nog wel aparte vermelding verdient is het feit dat veel gemeenten voor hun vrijwilligersorganisaties via de Vereniging van Nederlandse Gemeentes (VNG) een collectieve verzekering afsluiten. Op het moment dat een gemeente zo een verzekering heeft afgesloten geldt die ook voor jouw organisatie. Het is dan wel zaak of het onderdeel ‘bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering’ in de polis is opgenomen en welke dekking er is want dat verschilt van gemeente tot gemeente. In Den Haag hebben we Haagse Polis en daarin is het opgenomen.

Zie de bijlage voor nog meer voorbeelden van persoonlijke aansprakelijkheid en praktische tips om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen.

Relevante evenementen

Workshop Vloggen met je smartphone

29 augustus | 08:00 - 17:00

Workshop Enquêtes en polls maken

3 september | 14:00 - 16:30

Module 1: Vrijwilligers vinden

17 september | 15:00 - 17:30

Heb je nog vragen? Wij helpen je graag!