Goed voorbereid naar de gemeente

4 februari 2016

Met de aankondiging van de participatiesamenleving in 2014 werd het begin van een transitie ingezet. De overheid heeft besloten zich terug te trekken en meer initiatief over te laten aan haar burgers en sociale ondernemingen. Hierdoor zien we een opkomst van maatschappelijke en sociale initiatieven die vaak lokaal tot ‘superlokaal’ van aard zijn. De centrale vraag is dan hoe je deze initiatieven waardeert? Immers, vele initiatieven zijn een precedent en vormen dusdanig een uitdaging voor beleidsmakers die vaak nog denken en handelen binnen ‘oude’ verkokerde structuren. Het Instituut voor Publieke Waarden tracht in haar nieuwe publicatie 'Hoe waardeer je een maatschappelijk initiatief?' een waarderingskader aan te bieden voor publieke ondernemers zodat zij goed voorbereid naar de gemeente kunnen stappen. PEP gaat voor u na of de auteurs geslaagd zijn in hun opzet.

Kafka als nieuw begin

Aangezien het boek een tool wil aanreiken voor het wegwerken van de discrepanties die kunnen optreden tussen ondernemende burgers en een terugtredende overheid, dient het wel te starten met enkele voorbeelden van hoe fout het kan gaan. Na slechts enkele pagina's heeft u het al begrepen; Kafka is mee gedecentraliseerd! Burgers komen met een leuk idee, bijvoorbeeld voor een herbestemming van een verlaten schoolgebouw, starten vervolgens met het raadplegen van de buurt en de creatie van een draagvlak en zetten hun schouders onder de constructie van een plan. So far so good, alles netjes conform de opzet van de participatiedroom.

Dan komt de gemeente in beeld en volgen er enkele conclusies die de initiatief nemende burger met verstomming slaan: Terugtreden is niet hetzelfde als ontkokering, bestemmingsplannen en de ondernemende burger staan wel eens tegenover elkaar, subsidieregels en precedenten vormen niet altijd een even leuk huwelijk en tot slot, geldt nog steeds 'wie betaalt, bepaalt'.

Het doet inderdaad vragen rijzen over de verbinding tussen burger en overheid in termen van  waarderingslogica. Immers, de standpunten van de overheid zijn vaak begrijpelijk en terecht, maar die van de ondernemende burger eveneens. In die zin is het boek geen loutere aanklacht op de verhouding tussen overheid en burger, maar biedt het voldoende ruimte voor beide perspectieven die - zo wil de realiteit - zich allebei in transitie bevinden.

De braakliggende publieke zaak

Om de zoektocht naar een waarderingslogica te starten, hanteren de auteurs een driedeling gebaseerd op het beleid dat het handelen van gemeenten bepaalt. Aldus worden drie vragen gesteld:

  1. Welke waarden willen we realiseren?
  2. In welke doelstellingen zetten we die waarden om?
  3. Welke instrumenten zetten we in om die doelstellingen te realiseren?

Dit leidt naar waarden, doelstellingen en instrumenten die de lezer - de initiatief nemende burger - moet toestaan om het handelen van gemeenten beter te begrijpen.

Maar wat zijn waarden nog waard? Dat publieke waarden de laatste decennia onderhevig zijn geweest aan een proces van diffusie en terminologische uitholling is niemand onbekend. Om deze discussie hun betoog niet te laten eroderen, doen de auteurs beroep op zeven kenmerken van waarden. Vanuit de kenmerken van waarden grijpen ze vervolgens terug op de democratische driehoek - overheid, burgermaatschappij en markt - om aan elk van de spelers een kernwaarde toe te kennen. Door het benoemen van legitimiteit als kernwaarde voor de overheid, betrokkenheid voor de burgermaatschappij en rendement voor de markt, lijkt het meer dan logisch dat een evenwichtig wisselspel tussen deze drie spelers een stabiele democratische driehoek tot gevolg kan hebben.

 

Van theorie naar praktijk

Waar het boek zich in onderscheidt is de wijze waarop de auteurs voorbeelden gebruiken om hun toekenning van kernwaarden te beoordelen. Tijdens deze voorbeelden verlaten ze nooit het ingeslagen pad: Bij elke case worden zowel het perspectief van de gemeente als dat van de burger belicht, kritisch bekeken en voorzien van praktische aanbevelingen. Bij het lezen van de voorbeelden in relatie met de kernwaarden en dit in telkens twee richtingen, begin je als lezer te begrijpen dat de publieke zaak effectief braak ligt. Dit kan negatief opgevat worden, maar door de kernwaarden van elke speler in de driehoek nauwkeurig te ontleden en van meerdere kanten te belichten, komt de lezer naast valkuilen best veel kansen tegen.

Hiervoor is een kwalitatieve ontleding van de waarden echter onontbeerlijk. Andermaal met voorbeelden uit de praktijk slaan de auteurs erin om u mee tenemen, maar daar houdt het niet op. Immers, geen enkel initiatief is hetzelfde, waardoor het beoordelen van de waarden andere invalshoeken vereist. Als voordeel van het overzicht, worden er vier categorieën initiatieven onderscheiden; zorg, welzijn, participatie en duurzaamheid. Allen hebben ze hun eigenheid en verdienen ze dus ook een zoektocht naar een andere waardenbalans. Door deze dynamiek niet uit te weg te gaan, slaagt men er in om een coherent overzicht van spanningen aan te bieden waardoor effectief ieder in te beelden initiatief via de driehoek een gedegen waarderingsinstrument ter beschikking heeft. 

Abstract of praktisch hanteerbaar

Het boek poogt er te zijn om publieke initiatiefnemers te ondersteunen enerzijds en hun ondernemerschap in publieke termen te optimaliseren anderzijds. Ons oordeel: een geslaagde oefening waarbij een zeker abstractieniveau een ongezien concrete uitwerking kent. Dat een boek over waarden afschrikt hoeft niet te verrassen, maar ten opzichte van dit boek is die vrees onterecht. Het arsenaal aan voorbeelden en praktische tips is minstens even verbazingwekkend als de wijze waarop de auteurs je meenemen door een abstracte realiteit en dit zonder het te beseffen. Dit boek doet wat het poogt te doen: u klaarstomen voor een gedegen gesprek met de gemeente over de toegevoegde waarde van uw initiatief. En als het boek dat niet doet, blijft er een minstens even belangrijke vaststelling over: de bewustwording over uw initiatief in de jungle van de burgerinitiatieven.

Hier kun je gratis het boek downloaden.

Terug

praktijkverhalen

Mantelzorg Werkt!

Avond voor Vrijwilligersorganisaties 2019

klantvragen

Wat is Goed Geregeld?

“Goed Geregeld” is een landelijke kwaliteitsonderscheiding van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV). Deze certificering geeft aan dat uw vrijwilligersbeleid op orde is. Om voor de onderscheiding in aanmerking te komen, toont u aan dat uw organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria van de vereniging NOV.

Hoe kan ik me certificeren voor Goed Geregeld?

Via deze link komt u op de website van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV).  Hier staat uitgebreid wat u moet doen om in aanmerking te komen voor het keurmerk.

agenda

Kom naar de Inspiratiemiddag voor Vrijwilligerscoördinatoren

Deze middag staat in het teken van buiten jouw (kantoor)hokje te kijken. En wel op twee manieren: