Eenzaamheid en sociaal isolement

Volgens cijfers van CBS geven in Nederland bijna 550 duizend mensen aan eenzaam te zijn. Dit is 4% van de bevolking van 15 jaar of ouder. Vooral mensen met een niet-westerse achtergrond zijn relatief vaak eenzaam, namelijk 7%. Eenzaamheid wordt vaak geassocieerd met sociaal isolement, de begrippen worden vaak door elkaar gebruikt alsof het om hetzelfde gaat, terwijl ze wel degelijk van elkaar verschillen. Sociaal isolement is het ontbreken van ondersteunende relaties in het persoonlijke leven. In tegenstelling tot eenzaamheid is het meetbaar. In de HEN (Haagse Emancipatie Netwerk) bijeenkomst van juni 2017 is hier verder op ingegaan.

De bijeenkomst stond onder leiding van Eugenie de van der Schueren, adviseur van PEP Den Haag. Na uitleg over het dagprogramma gaf Tim ’S Jongers (coördinator kenniscentrum PEP) een inleiding over sociaal isolement en eenzaamheid. Zo werden de definities besproken. Goede kennis van het verschil tussen beide is van belang voor bestrijding.

Eenzaamheid is een subjectief gevoel dat per definitie onprettig is. Het gaat daarbij om specifieke relaties waarbij de kwaliteit van relatie van belang en onderling niet uitwisselbaar is. Sociaal isolement daarentegen is objectief, meetbaar en kan ook als prettig ervaren worden. Relaties zijn daarbij onderling uitwisselbaar en ondersteunend. Wetenschappelijke definities zijn:

  • Eenzaamheid: Het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties.
  • Sociaal isolement: Het ontbreken van ondersteunende relaties in het persoonlijke leven. Het gaat dan om persoonlijke relaties met familie, vrienden en bekenden waar mensen in geval van nood op terug kunnen vallen.

Daarnaast kwamen een aantal feiten van sociaal isolement en eenzaamheid aan bod. Met name niet-westerse allochtonen, vrouwen in eenoudergezinnen, personen die een mantelzorgtaak hebben of een laag inkomen vormen een risicogroep. Het percentage neemt toe naar 5,2% bij alleenstaande 75-plussers. Daarnaast zit 8% in een zorgwekkende situatie door beperkte sociale contacten. Er is een duidelijke relatie tussen het welbevinden van de burger en betekenisvolle deelname aan de maatschappij. Bij eenzaamheid is er een onderscheid tussen emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Bij emotionele eenzaamheid gaat het om het missen van een intieme relatie (27%). Bij sociale eenzaamheid gaat het om de relaties vanuit het netwerk (40%). Vrouwen hebben vooral te maken met emotionele eenzaamheid, mannen daarentegen vooral sociaal eenzaamheid.

Bij de oplossing gaat de literatuur uit van bonding, bridging en linking. Bonding gebeurt tussen mensen die zich in elkaar herkennen, bijvoorbeeld je naaste kring of het aantal familiale contacten. Bridging gaat over bruggenbouwen tussen niet gelijken, de mogelijkheden om contacten te hebben met andere groepen. En linking tenslotte gaat over de rol die professionals kunnen vervullen bij het verbinden van mensen tussen verschillende instituties en organisaties

Daarna ging Renate van der Heijden (HHS student) in haar presentatie in op ‘sociaal isolement bij migrantenvrouwen’. Op verzoek van PEP heeft zij o.a. onderzoek verricht naar sociaal isolement van vrouwen binnen de Hindoestaanse gemeenschap. Migranten hebben een grotere kans op sociaal isolement door het niet beheersen van de Nederlandse taal. Ze wonen daarnaast vaak in een heterogene buurt en voornamelijk in de stad, hebben een lagere sociaaleconomische status en een slechter dan gemiddelde gezondheid onder 55-plussers. Met name niet-westerse oudere vrouwen zijn laagopgeleid of niet opgeleid, hebben te maken met analfabetisme en zijn daardoor niet kundig in de taal, dit geldt met name voor de Turkse en Marokkaanse vrouwengroepen. Mogelijke oorzaken van isolement zijn verhuizing, scheiding of het overlijden van de partner. Ze ging daarna in op de functie van een netwerk: sociaal, emotioneel en praktisch. Daarbij zijn er intrapersoonlijke voorwaarden voor sociaal verkeer en interpersoonlijke voorwaarden om een sociaal netwerk te bouwen en te onderhouden. Als het om gedwongen isolement gaat, pakte ze het onderzoek van Drost (2015) erbij, in Den Haag zijn dat 250 personen met als mogelijke oorzaak huwelijksdwang, afhankelijkheid van partner voor verblijfstatus of een gearrangeerd huwelijk met een man met psychische problemen. Daarnaast zijn er mensen die door psychische problematiek structureel in isolement leven.

Wat te doen? Renate heeft een aantal best practices erbij gehaald. Daarbij gaat de focus uit naar signaleren, interventie en de inzet van zelforganisaties. Bij signaleren gaat het om het herkennen van eenzame mensen, sociale competenties, risicofactoren, gedwongen isolement, wie zijn signaleerders, weet waar je terecht kan.

Bij interventie gaat het om vertrouwen, netwerk inventariseren, integrale aanpak, opstapeling, aansluiten bij passie, interesse en talent, verleiden tot aanpassen gedrag, versterken sociale competenties, structurele ontmoeting en studiekring voor ouderen Bij de inzet van zelforganisaties is het belangrijk om niet gelijk te beginnen over problemen, initiatief te tonen, outreachend te werken, de dialoog aangaan, informatie verstrekken, een integrale aanpak en doorverwijzen. Uiteraard gaat dit niet zonder uitdagingen. Het doorverwijzen loopt vaak spaak, er is sprake van vraagverlegenheid versus handelingsverlegenheid en niet iedereen is bereid om de hulp te accepteren. Kortom, er is nog genoeg werk aan de winkel.

In de workshops werd daarna ingegaan op wat te doen om sociaal isolement bij migrantenvrouwen te beperken en wat te doen om eenzaamheid bij migrantenvrouwen te beperken. De uitwerkingen van de workshops zijn te vinden in de bijlage. Na een plenaire terugkoppeling werd de dag nog afgesloten met een netwerkborrel.

Terug

praktijkverhalen

Mantelzorg Werkt!

Avond voor Vrijwilligersorganisaties 2019

klantvragen

Wat zijn zorgvrijwilligers?

Zorgvrijwilligers zijn mensen die bij het begin van hun activiteiten nog geen band hadden met de zorgvrager. Ze kiezen dus bewust voor hun bijdrage aan de zorg. Bijvoorbeeld een gepensioneerde sportleraar die bewegingslessen organiseert in een zorginstelling.

Kan PEP helpen bij de ondersteuning van mantelzorgers?

PEP helpt u daarbij met: voorlichting- en adviestrajecten, het beschikbaar stellen van tools, en methodieken, het uitvoeren van onderzoeksprojecten, het verzorgen van trainingen en workshops op maat, op open inschrijving, met e-learnings en train-de-trainer technieken.

agenda

Kom naar de Inspiratiemiddag voor Vrijwilligerscoördinatoren

Deze middag staat in het teken van buiten jouw (kantoor)hokje te kijken. En wel op twee manieren: